Person
Yselveer, Willem Jansz
Te Rotterdam was de kamer ‘De blaeu acoleyen’ werkzaam. In 1598 schreef zij haar tweeden dichtwedstrijd. De ziel van dat feest was Willem Jansz. Yselveer [Zie over hem C.P. Burger Jr. en Leon. Willems, in Tijdschrift voor Boeken bibliotheekwezen, 1907, bl. 268, en 1908, bl. 278.] (spreuk: ‘Concordia nutrit amorem), die er ook een ‘spelende prologhe’ voor vervaardigde. In 1596 had hij met een referein en een liedeken tweede prijzen behaald op den Leidschen dichtwedstrijd [Gedrukt in ‘Den Lusthof der Rethorica’, Leyden 1596] en ook aan den Schiedamschen dichtwedstrijd van 1603 nam hij deel. In hetzelfde jaar verscheen van hem ook ter bestrijding van een pamflet eene ‘Balade op ende teghen den partialen domp-hoorn, onlangks by eenen onbeschaemden Jesuwyt in slecht straet-rijm ghestelt’
Liefd' baert Pays [i.e. W. Jansz. Yselveer] ; Liefd' baert vrede [W. Jansz. IJselveer.](1582)
Bezüge im Wissensnetz
Variante Namensentität der Person (4)
GND-Personen- IJselveer, W. Jansz.
- IJselveer, Willem Jansz
- Yselveer, W. I.
- Yselveer, W. Jansz
Bevorzugte Namensentität der Person (1)
GND-Personen- Yselveer, Willem Jansz